Meer mogelijkheden en een betere bescherming voor de belegger dankzij MiFID.
1. Algemene situering
Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (in het Engels doorgaans afgekort als “Markets in Financial Instruments Directive”, hierna de MiFID-Richtlijn) werd met ingang van 1 november 2007 geïmplementeerd in de Belgische wetgeving .
De MiFID-Richtlijn kan beschouwd worden als een van de belangrijkste instrumenten om de Europese doelstellingen inzake harmonisatie en integratie van de financiële markten te helpen realiseren.
De streefdoelen van de MiFID-Richtlijn zijn ambitieus en behelzen twee hoofdthema’s:
(i) de verhoging van de concurrentie op de financiële markten; en
(ii) een beter beschermingsstelsel voor beleggers.
De realisatie van deze streefdoelen zijn in de eerste plaats in het belang van de belegger en Argenta Spaarbank juicht de realisatie ervan dan ook van harte toe. Hierna vindt u – louter ter informatie – een beknopt (niet-exhaustief) overzicht van enkele aandachtspunten vervat in de MiFID-Richtlijn.
2. Enkele aandachtspunten vervat in de MiFID-Richtlijn
2.1. De zorgplicht
De MiFID-Richtlijn heeft onder meer voor gevolg dat de bemiddelaars in Beleggingsdiensten vanaf 1 november 2007 onderworpen zijn aan diverse nieuwe gedragsregels die de beleggerbescherming moeten verhogen. Daarbij staat de “zorgplicht” centraal. Algemeen verwijst dit begrip naar de verplichting in hoofde van de bemiddelaars in Beleggingsdiensten om zorg te dragen voor hun cliënten, met andere woorden in alle omstandigheden de belangen van hun cliënten voor ogen te houden en voorrang te geven.
De cliënt dient optimaal beschermd te worden en niet in het minst tegen zichzelf. De zorgplicht komt onder meer tot uiting in diverse informatie- en documentatieverplichtingen ten aanzien van de cliënt, in de regels aangaande belangenconflicten, in de verplichting tot optimale uitvoering van de verrichtingen en bij de opmaak van het profiel van de cliënt.
De bemiddelaars in Beleggingsdiensten moeten zich bij het verrichten van Beleggingsdiensten en/of, in voorkomend geval, nevendiensten, op loyale, billijke en professionele wijze inzetten voor de belangen van hun cliënten.
2.2. De indeling van cliënten
De MiFID-Richtlijn werkt verschillende gedragsregels uit voor verschillende situaties: enerzijds in functie van de hoedanigheid van de belegger en anderzijds in functie van de beleggingsdienst die aan de cliënt wordt verstrekt (zie hieronder verder onder 2.3. (Ken–uw–cliënt beginsel)).
In functie van de hoedanigheid van de belegger onderscheidt de MiFID-Richtlijn drie categorieën van cliënten: Niet-Professionele Cliënten, Professionele Cliënten en in Aanmerking Komende Tegenpartijen. Met elk van deze categorieën van beleggers stemt een bepaald beschermingsniveau overeen, waarbij de Niet-Professionele Cliënten de hoogste bescherming genieten.
2.3. Ken-uw-cliënt beginsel
De ken-uw-cliënt (of “know your customer”) -vereisten variëren in functie van de omstandigheden. De vraag welke ken-uw-cliënt-vereisten precies van toepassing zijn in de relatie tussen een bemiddelaar in Beleggingsdiensten en een cliënt is vooral afhankelijk van de vraag welke beleggingsdienst verlangd of verstrekt wordt. In de context van Vermogensbeheer en Beleggingsadvies dienen de bemiddelaars in beleggingdiensten een “geschiktheidsbeoordeling” (suitability test) te doen. In de context van de andere Beleggingsdiensten dienen zij slechts een beperktere “passendheidsbeoordeling” (appropriateness test) te verrichten, tenzij – indien zogenaamde “execution only”-diensten worden verricht (nl. het uitvoeren van orders van cliënten en/of het ontvangen en doorgeven van deze orders, met of zonder nevendiensten) – de voorwaarden vervuld zijn waaronder ook deze test niet moet gebeuren
2.4. Transparantie en optimale uitvoering van orders
Bemiddelaars in Beleggingsdiensten zijn ertoe gehouden om orders van cliënten tegen de voor de cliënt voordeligste voorwaarden uit te voeren (“best execution”). Deze gedragsregel wordt als een erg belangrijke component van beleggersbescherming gezien, daar deze zowel marktefficiëntie in het algemeen als het best mogelijke resultaat voor individuele beleggers moet bevorderen. Daartoe dienen bemiddelaars in Beleggingsdiensten (i) een orderuitvoeringsbeleid op te stellen en te implementeren; (ii) hun cliënten in te lichten over dit beleid; en (iii) dit beleid regelmatig te toetsen en bij te stellen.
2.5. Informatie- en documentatieverplichtingen
De MiFID-Richtlijn stelt tevens dat alle aan cliënten verstrekte informatie – daarin begrepen publicitaire mededelingen – correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn. Argenta Spaarbank kan een dergelijk aandachtspunt alleen maar toejuichen en merkt tevens op dat dit aandachtspunt een bevestiging is van het beleid dat zij al jaren voert.
* * *
Hierboven werd getracht om enkele aandachtspunten vervat in de MiFID-Richtlijn zo duidelijk mogelijk weer te geven. Echter, de Belgische implementatiewetgeving van de MiFID-Richtlijn is een zeer uitgebreide, gedetailleerde en complexe wetgeving. Argenta Spaarbank staat u dan ook graag met raad en daad bij om verdere informatie hierover te verstrekken. U kunt hiervoor uiteraard terecht in uw vertrouwde Argenta-kantoor. U vindt eveneens informatie over MiFID in de door de CBFA uitgegeven brochure "Beleggen in financiële producten. Consumentegids over de MiFID-richtlijn [PDF, 245,93 Kb]"
Argenta geeft u een helder antwoord op al uw beleggingsvragen. Vakkundig en met gezond verstand. Ontdek hier hoe wij dit doen.
Neem ook even een kijkje in onze brochure “Beleg met gezond verstand [PDF, 1,73 Mb]”. Daarin vindt u informatie over de beleggingsdiensten die Argenta Spaarbank u aanbiedt.
___________________________________
1. De MiFID-Richtlijn werd geïmplementeerd in de Belgische wetgeving via het Koninklijk besluit van 27 april 2007 tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten en het Koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten.
2. Het betreft de beleggingsondernemingen en, voor zover zij Beleggingsdiensten verrichten, de kredietinstellingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging.
Downloads